Hennepplantages

Uitleg verschijningsvorm

Hennepplantages komt men overal in Nederland tegen. Hierbij kan het zowel gaan om thuisteelt als om teelt op een grootschaliger niveau in allerlei soorten (bedrijfs)panden of op andere locaties. Het illegaal aftappen van stroom komt hierbij regelmatig voor.

Casusbeschrijving probleem

Een voorbijganger heeft de politie op het spoor gezet van een professionele hennepkwekerij in Amsterdam-Oost. Hij attendeerde surveillerende agenten op een sterke hasjlucht bij een woning. Binnen ontdekten zij een kleine plantage met ruim 100 planten, en in een naastgelegen ruimte een kwekerij met 800 planten en ongeveer negen kilo gedroogde wiet.

Bij Meld Misdaad Anoniem komen steeds meer meldingen binnen. Tips over drugs, wiet- en hennepkwekerijen staan bovenaan op de lijst van gemelde misdrijven. De meeste telefoontjes gaan over misbruik van elektriciteit en brandgevaar door het gebruik van warme lampen bij de wietteelt, aldus een woordvoerder.

Signalen en signaleerders

Wietlucht, warme muren, overlast, illegaal aftappen van stroom, overmatig energieverbruik, smeltende sneeuw op het dak, aantreffen bewapeningsmatten en warmtedetectie. Anonieme meldingen van burgers, meldingen van corporaties, energiebedrijven, politie, brandweer en andere gemeentefunctionarissen.

Verantwoordelijken

Afhankelijk van de omstandigheden en gemaakte afspraken zijn gemeente, politie en/of de woningcorporatie verantwoordelijk.

Strategische partners

Energiebedrijven, brandweer, reinigingsdienst, belastingsdienst, uitkeringsinstantie, OM.

Vormen van toegepaste aanpak

De mogelijkheden voor de aanpak van illegale hennepplantages zijn onder andere afhankelijk van de locatie waar deze worden aangetroffen. Er zijn grofweg drie mogelijkheden te onderscheiden:

Integrale teams zijn van groot belang bij de aanpak van hennepplantages. De afspraken en verantwoordelijkheden hierbij moeten worden vastgelegd in een convenant. De woningcorporaties zeggen de huur op, het energiebedrijf verwijdert de meter als er sprake is van illegale aftap van stroom, de uitkeringsinstantie vordert terug bij uitkeringsfraude, het Openbaar Ministerie pakt de overtreder strafrechtelijk aan en vordert zo mogelijk - de gemaakte winst terug en de Belastingdienst legt een aanslag op voor de genoten inkomsten.

Op grond van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan een benadeelde partij, zoals een energiebedrijf dat slachtoffer wordt van diefstal van elektriciteit, zich voegen in het strafproces voor het verkrijgen van een schadevergoeding. Daarnaast kan de strafrechter op grond van artikel 36f Sv aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opleggen. Naast de mogelijkheid om op deze wijze de schade vergoed te krijgen, staat het de energiebedrijven vrij langs civielrechtelijke weg de geleden schade rechtstreeks op de dader te verhalen. Het Openbaar Ministerie kan daarbij desgevraagd gebruik maken van de bevoegdheid strafvorderlijke gegevens aan het energiebedrijf te verstrekken ten behoeve van dit civiele verhaal.

Aandachtspunten

Hennepplantages kunnen niet met behulp van artikel 13b Opiumwet worden aangepakt omdat daarin wordt gesproken over drugshandel. Bestuursdwang kan bij inpandige teelt toegepast worden op basis van het bestemmingsplan en in het kader van brandgevaar op basis van de Woningwet in combinatie met het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De burgemeester kan besluiten een woning te sluiten als daardoor de openbare orde wordt verstoord. Dit kan pas als er sprake is van een frequent, langdurig en structureel probleem. De Wet Victor en de Wet Victoria bieden geen mogelijkheden voor de aanpak van bedrijfspanden. Hennepplantages kunnen overal voorkomen. Buitengebieden kunnen echter vragen om de inzet of medewerking van andere partners dan die gebruikt worden in woongebieden. Om bijvoorbeeld in het havengebied ook te kunnen controleren heeft het Rotterdamse hennepteam dan ook afspraken gemaakt met de havenpolitie. Voorlichting is een belangrijk instrument. Het publiek moet weten welke risico's er zijn (brandgevaar) en wat de gevolgen zijn van ontdekking: naast strafvervolging mogelijk ook huisuitzetting en verschillende naheffingen en terugvorderingen.

Overzicht bestuursrechtelijke instrumenten

Om de ontwikkeling en uitvoering van de bestuursrechtelijke aanpak van hennepkwekerijen te verbeteren, is een overzicht gemaakt van de toepasbare juridische instrumenten. Hierbij zijn zoveel mogelijk praktijkvoorbeelden, voorbeeldbesluiten en relevante jurisprudentie opgenomen.

De meerwaarde van een bestuursrechtelijke aanpak

Steeds meer gemeenten gaan over tot een bestuursrechtelijke aanpak van hennepkwekerijen. De inzet van het bestuursrecht is aanvullend op het strafrecht. Het bestuursrecht wordt met name ingezet bij overlastgerelateerde en gevaarzettende gevallen. Het strafrecht is daarbij ondersteunend, maar blijft primair bij het bestrijden van criminaliteit. Op deze wijze is er sprake van een integrale aanpak. De meerwaarde van de bestuursrechtelijke aanpak ligt in verschillende aspecten:

Bestuursrechtelijke instrumenten

Tegen hennepkwekerijen kan worden opgetreden door middel van de inzet van de volgende bestuursrechtelijke middelen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb):

Binnentreden in woningen

Bij het binnentreden van woningen is de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) van toepassing. Wanneer voor het binnentreden geen toestemming van de bewoner is verkregen, is een machtiging nodig van het orgaan dat de bestuursdwang uitvoert. In dit geval is derhalve een machtiging van burgemeester en wethouders nodig (artikel 2 Awbi, 5:27 Awb). Als de kwekerij in een niet bewoonde woning is gevestigd dan kan een daartoe door het bevoegde orgaan aangewezen persoon zonder machtiging worden binnengetreden teneinde feitelijk bestuursdwang toe te passen. Veelal is echter niet van te voren bekend of een woning bewoond is en daarom is het raadzaam te allen tijde over een machtiging te beschikken. De machtiging betreft in beginsel één adres, ten hoogste drie adressen (artikel 5 Awbi). Vanwege het ingrijpende karakter van het binnentreden en de inbreuk op het huisrecht kan niet met een standaardmachtiging gewerkt worden. Wel is het mogelijk te werken met een standaardformulier, mits het bevoegde orgaan de beslissing neemt. Verder moeten de waarborgen van de Awbi op het binnentreden in acht worden genomen: legitimatieplicht, niet binnentreden tussen 00.00-06.00 uur tenzij dringend noodzakelijk, het maken en toezenden van een verslag, (artikel 1, 7, 10, 11 Awbi). Een voorbeeld van een stappenplan om binnen te treden is op aanvraag te verkrijgen.

Artikel 100a lid 2 Woningwet en artikel 7.2 lid 2 Wet ruimtelijke ordening zijn alternatieve gronden voor een machtiging tot binnentreden, namelijk om te controleren of de Woningwet (inclusief Bouwbesluit en Bouwverordening), respectievelijk de Wet ruimtelijke ordening wordt nageleefd.

In Rotterdam stapt vanwege de gevaarzetting de politie op basis van artikel 9 lid 3 Opiumwet als eerste binnen. Indien er sprake is van een hennepkwekerij wordt het Hennepteam ingeschakeld door de politie. In de praktijk loopt het hennepteam mee met de politie. De machtiging tot binnentreden van burgemeester en wethouders wordt bij uitzondering gebruikt.

Spoedeisendheid

Bij spoedeisende toepassing van bestuursdwang wordt het besluit zo spoedig mogelijk na ontmanteling opgesteld en verzonden (artikel 5:24 lid 6 Awb). Uit jurisprudentie blijkt dat brandgevaar voldoende is om de spoedeisendheid op te baseren. Daarnaast kan het gevaar van legionellabesmetting een grondslag zijn voor spoedeisende bestuursdwang. Ook speelt water-, geluids- en stankoverlast een rol. Indien het bevoegd gezag al langere tijd op de hoogte is van het bestaan van een kwekerij en er zijn geen veranderde omstandigheden dan zal langs de reguliere weg bestuursdwang moeten worden aangezegd. Het besluit kent dan een begunstigingstermijn waarbinnen de aangeschrevene zelf de overtreding kan beëindigen.

Overtreder

Wie als overtreder kan worden aangemerkt, is afhankelijk van de wettelijke grondslag die gebruikt wordt.

Wanneer er wordt gehandhaafd vanwege strijd met het bestemmingsplan kan in elk geval de gebruiker (dit kan de eigenaar zijn, maar ook een (onder)huurder) worden aangemerkt als overtreder. Wanneer de gebruiksbepaling ook het laten gebruiken in strijd met de bestemming verbiedt, kan veelal ook de eigenaar/verhuurder worden aangemerkt als overtreder. (LJN BD8872)

Bij professionele verhuurders wordt door de rechter het overtrederschap aangenomen. Indien het een niet-professionele verhuurder betreft, kan deze als overtreder worden aangemerkt indien deze verhuurder wist dan wel redelijkerwijs had kunnen weten dat het betreffende pand als illegale hennepkwekerij werd gebruikt. (LJN BD8515, LJN BD5358, RvS: Eigenaar niet aan te merken als overtreder

In de nieuwe Wet ruimtelijke ordening is een algemene gebruiksbepaling opgenomen in artikel 7.10 waarin zowel gebruiken als laten gebruiken in strijd met de bestemming is verboden.)

Wanneer de handhavingsactie wordt gebaseerd op overtreding van art. 1b lid 2 Woningwet (strijd Bouwbesluit) kan zowel gebruiker als eigenaar als overtreder worden aangemerkt, aangezien zowel het in staat brengen en houden (actief: gebruiker), als het laten komen (passief: eigenaar) is verboden.

Wanneer de handhavingsactie wordt gebaseerd op overtreding van art. 7b lid 2 Woningwet (strijd Bouwverordening) kunnen zowel gebruiker als eigenaar als overtreder worden aangemerkt, aangezien zowel gebruiken als laten gebruiken verboden is.

Afvoer, opslag en verkoop van meegevoerde materialen

Bestuursdwang richt zich op het daadwerkelijk beëindigen van de overtreding; behalve de planten van een ontmantelde kwekerij kunnen ook alle voor de kweek gebruikte materialen (assimilatielampen, koolstoffilters, ventilatoren en dergelijke) worden afgevoerd. De overtreding kan alleen worden beëindigd wanneer alle benodigdheden worden verwijderd om het risico dat zij onmiddellijk wordt hervat weg te nemen. (LJN BD8872)

De afgevoerde duurzame materialen dienen officieel gedurende dertien weken te worden opgeslagen, tenzij eerder een moment wordt bereikt waarop de kosten de verwachte opbrengsten overstijgen. Dan mag tot verkoop of vernietiging worden overgegaan. In de praktijk worden doorgaans de duurzame materialen ook gelijk vernietigd. De materialen worden immers weinig teruggehaald en het is bovendien niet wenselijk dat alle aan hennep gerelateerde materialen opnieuw kunnen worden gebruikt voor illegale hennepteelt.

Tegen het besluit tot het toepassen van (spoedeisende) bestuursdwang kan een bezwaarschrift worden ingediend. Hierna volgt eventueel beroep en hoger beroep. Bij een bezwaarschriftenprocedure loopt het kostenverhaal door.

Kostenverhaal

De kosten van bestuursdwang kunnen op de overtreder van het gehandhaafde voorschrift worden verhaald. De kosten kunnen één keer worden verhaald, maar kunnen wel over meerdere overtreders verspreid worden. Elke overtreder krijgt dan een kostenverhaal. In Rotterdam betreft dit het gehele bedrag aan ontmantelingskosten vermeerderd met 15% beheerskosten (de kosten van toegepaste bestuursdwang). Zodra een overtreder de kosten heeft betaald, kan niet meer op de andere overtreders worden verhaald. Verder is degene op wie kosten kan worden verhaald afhankelijk van de gebruikte grondslag. Dit is nader uitgewerkt bij de desbetreffende juridische grondslagen.

De verschuldigde kosten bestaan niet alleen uit de feitelijke werkzaamheden in de woning. Het gaat om de kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang. Daartoe behoren alle directe kosten van feitelijk optreden door of vanwege het desbetreffende bestuursorgaan in verband met die bestuursdwang. Het betreft dus ook kosten van onder meer verwerking van de telefonische melding, het opstellen van rapportages, kosten voor het afvalverwerkingsbedrijf, slotenmakerbedrijf, de vernietiging van weggenomen zaken en ritten naar verschillende locaties. Ook eventuele wachttijd van medewerkers, mits redelijk (bijvoorbeeld bij het wachten op de medewerker van het elektriciteitsbedrijf vanwege het veiligstellen van de woning) en het verrekenen van een onregelmatigheidstoeslag vanwege werken in de avonduren behoren tot de kosten van bestuursdwang. Verschuldigdheid van kosten is alleen dan niet aan de orde wanneer vanwege de aard van de bezigheden redelijkerwijs niet voor rekening van de overtreder gebracht kunnen worden. (LJN BD9534)

Kostenverhaal kan plaatsvinden bij dwangbevel (artikel 5:26 Awb). Betrokkene kan tegen het dwangbevel in verzet gaan bij de rechtbank. Na verzet bij de rechtbank bestaat vervolgens de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging, de gemeente kan hiervan ontheffing vragen (artikel 5:26 lid 4). Voordat de kosten per dwangbevel worden ingevorderd, zal eerst geprobeerd kunnen worden de kosten te innen via het versturen van een nota en eventueel betalingsherinneringen. Om bewijstechnische redenen is het raadzaam de notas aangetekend met handtekening voor ontvangst te versturen. Dat geldt ook voor het bestuursdwangbesluit.

Juridische grondslagen

Grondslagen voor bestuursdwang met betrekking tot hennepkwekerijen zijn het bestemmingsplan, de Woningwet in samenhang met het Bouwbesluit en de Woningwet in samenhang met de Bouwverordening.

Bestemmingsplan als grondslag

In het bestemmingsplan zijn aan gronden en opstallen bestemmingen toegekend en worden voorschriften gesteld voor het gebruik daarvan. In moderne bestemmingsplannen is een algemeen gebruiksverbod opgenomen dat tevens ziet op het laten gebruiken en doen gebruiken. In artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening is een algemeen geldend gebruiksverbod opgenomen, waarin zowel het gebruiken als het laten gebruiken in strijd met de bestemming is verboden. Gelet op de bestemmingen die voorkomen is het van belang onderscheid te maken in bebouwde kom en buitengebied.

Bebouwde kom
Bij woningen en tot bewoning bestemde panden staat vast dat het kweken van hennep strijdig is met de bestemming. Zowel de gebruiker (tevens eigenaar dan wel huurder of onderhuurder) als de eigenaar/verhuurder kunnen worden aangeschreven.

Het bestemmingsplan is als grondslag meerdere keren door de rechter getoetst en geaccepteerd.

Voorbeeld besluit Eindhoven
Jurisprudentie (LJN BD 5358).

Buitengebied
Voor een bestuursrechtelijk aanpak op gronden in het buitengebied (landelijk gebied) moet per bestemming worden bepaald of die hennepkweek toelaat. Vaak hebben gronden en opstallen daar een agrarische bestemming. Dit bemoeilijkt een bestuursrechtelijke aanpak. De kweek van hennep is namelijk wat betreft planologische effecten niet verschillend van de kweek van groenten. Er is geen andere uitstraling, verkeersaantrekking en dergelijke. Op basis van artikel 10 Wet ruimtelijke ordening mogen geen andere dan planologische afwegingen een rol spelen bij de invulling van een goede ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan biedt daarmee weinig uitkomst als grondslag voor een bestuursrechtelijke aanpak van hennepkwekerijen in het buitengebied.

Woningwet in samenhang met het Bouwbesluit als grondslag

Het exploiteren van een hennepkwekerij in een als woning/bedrijfspand bestemde ruimte kan een overtreding vormen als er hierdoor sprake is van strijd met het Bouwbesluit. Op grond van artikel 1b tweede lid onder a in samenhang met artikel 2 Woningwet is het verboden een bestaand gebouw of bestaand bouwwerk in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de staat van dat gebouw van toepassing zijnde voorschriften uit het Bouwbesluit. Hier gaat het met name om artikel 2.52 en 2.55 Bouwbesluit waarin is bepaald dat een bestaand bouwwerk een veilige voorziening voor elektriciteit moet hebben.

Het niet voldoen aan het bouwvoorschrift van een brandveilige elektriciteitsvoorziening is een overtreding waartegen direct, zonder een formele tussenstap een handhavingsbesluit kan worden genomen. Er kan dus worden overgegaan tot spoedeisende bestuursdwang. Bij brandonveiligheid is namelijk al snel sprake van spoedeisendheid. Dit is anders wanneer na het bekend worden van de kwekerij nog vele weken voorbijgaan voordat tot bestuursdwang wordt overgegaan.

De Woningwet in samenhang met het Bouwbesluit is als grondslag meerdere keren door de rechter getoetst en geaccepteerd.

Voorbeeld besluit Tilburg - eigenaar

Voorbeeld besluit Tilburg - huurder

Voorbeeld besluit Eindhoven

Voorbeeld besluit Almelo

Jurisprudentie (LJN BD 8872 en LJN BC 8515).

Woningwet in samenhang met de Bouwverordening als grondslag

Het exploiteren van een hennepkwekerij in een als woning/bedrijfspand bestemde ruimte vormt een overtreding. Op grond van artikel 7b tweede lid onder a in samenhang met artikel 8 Woningwet tweede lid onder a is het verboden een bouwwerk of standplaats te gebruiken of te laten gebruiken, anders dan in overeenstemming met de op dat gebruik van toepassing zijnde voorschriften uit de gemeentelijke bouwverordening. Hier gaat het om artikel 7.3.2 onder a en c en artikel 6.4.1(model)bouwverordening.

In artikel 7.3.2 is onder andere bepaald dat het verboden is in, op of aan een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken waardoor voor de gebruikers van het bouwwerk overlast wordt of kan worden veroorzaakt, voor de omgeving op hinderlijke of schadelijke wijze stank, vocht wordt verspreid of geluid wordt veroorzaakt of instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.

Artikel 6.4.1 bepaalt dat het verboden is om in, op of aan het bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te hebben of handelingen te verrichten of na te laten waardoor bandgevaar wordt veroorzaakt. Het verbod op het veroorzaken van brandgevaar is niet gekoppeld aan gebruikers van het bouwwerk en vormt mede daarom een goed toepasbare grondslag voor spoedeisende bestuursdwang. Bovendien is brandgevaar in beginsel al voldoende om spoedeisende bestuursdwang toe te passen. Ervaring met bepaalde typen kwekerijen ondersteunen dat uitgegaan mag worden van gevaarzetting. Verder kunnen cijfers over het aantal branden als gevolg van illegale aansluiting van elektra in hennepkwekerijen behulpzaam zijn. Ook kan in het besluit worden verwezen naar artikel 1a lid 2 Woningwet: de zorgplicht voor een ieder die een bouwwerk gebruikt of laat gebruiken, voor zover in diens vermogen ligt, om te voorkomen dat als gevolg van dat gebruik gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.

De inhoud van het besluit kan betrekking hebben op alle handelingen die (brand)gevaar of overlast (kunnen) veroorzaken, maar ook op het hebben van voorwerpen of stoffen die aan dat gevaar bijdragen en het gebruik van werktuigen. Overlast en brandgevaar is in het geval van onveilig gebruik van stroomvoorziening en het veroorzaken van lawaai en stank et cetera aanwezig te achten. De aanschrijving houdt in dat de bewoning in overeenstemming met de bouwverordening moet zijn. Met de afsluiting van de elektriciteit is het gevaar tijdelijk geweken, maar kort daarna kan opnieuw een illegale aansluiting en daarmee brandgevaar ontstaan. Daarom kan de spoedeisende bestuursdwang op meer zien dat alleen het (brand)gevaar gelet op de elektriciteitsvoorziening en kan de kwekerij geheel ontmanteld worden. (LJN BD 8872)

De Woningwet in samenhang met het Bouwverordening is als grondslag meerdere keren door de rechter getoetst en geaccepteerd.

Voorbeeld besluit Tilburg - eigenaar

Voorbeeld besluit Tilburg - huurder

Voorbeeld besluit Eindhoven

Voorbeeld besluit Almelo

Jurisprudentie (LJN BD 8872 en LJN BC 8515).

Combinatie van grondslagen

Een combinatie van grondslagen is mogelijk wanneer er sprake is van overtredingen van meerdere voorschriften tegelijk. Ook kan één grondslag dienen voor het aanschrijven van meerdere personen.

Preventieve last onder dwangsom

Om recidive te verminderen, kan (bijvoorbeeld nadat bij een persoon voor de tweede keer wordt vastgesteld dat deze een hennepkwekerij heeft geëxploiteerd) een preventieve dwangsom worden opgelegd. Dit is mogelijk als er klaarblijkelijk gevaar bestaat dat er weer een hennepkwekerij gevestigd wordt. Het is goed verdedigbaar dat dit gevaar klaarblijkelijk is als iemand al tweemaal is betrapt. Hiermee is tot op heden nog geen ervaring opgedaan.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen Floris Faes, Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, 030-751 6770 (stukken zijn op aanvraag beschikbaar).

Jurisprudentie, wet- en regelgeving

Gemeenten met ervaring

Rotterdam, Breda, Eindhoven, Tilburg, Amersfoort, Almelo, Noord-Holland Noord

Documenten